Posts tonen met het label 2010. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2010. Alle posts tonen

zondag 28 november 2010

“Hé Harm, nou leer je wat echt crossen is!”

Na 20 marathons is het dan toch echt tijd geworden om maar eens gedegen aan mijn snelheid te gaan werken en dus de voorjaarsmarathon over te slaan. Het idee is simpel: in de winter crossen, met als eerste piekmoment het NK eind februari. Slechts 5 weken na ‘mijn Eindhoven’ trok ik twee weken geleden voor het eerst in mijn leven spikes aan. Niet dat een overwinning bij de MolenvenCross in Helmond nou bovenaan mijn verlanglijst stond, maar wel ‘fatsoenlijk meelopen met de grote jongens’ in de Tilburgse Warandeloop 2 weken later (vandaag dus).

Die cross in Helmond ontaarde in een heus waterballet wat ik nipt wist te winnen voor een drietal Duitse baanatleten. ‘Anders, maar wel leuk’ was de hoofdconclusie. Vorige week stond trainingscross nummer 2 in Veldhoven op het programma. Ditmaal was het de Meester zelf die 9km lang op mijn hielen zat. Leuke trainingen, maar zeker nog geen garantie voor een fatsoenlijke Warandeloop.

Hoofdorganisator/Speaker Frans Heffels waarschuwde me vooraf nog niet te hard te starten. De rustige start bleek toch niet zo handig, want ik kwam ingesloten te zitten en stond in twee bochten letterlijk geparkeerd. Tijdens het lopen bemerkte ik dat ik op de heuveltjes zoals de beruchte Berenkuil iedere keer inliep op andere lopers, maar juist bij de snelle vlakke stukken er genadeloos vanaf gelopen werd. Toegegeven, snoeiharde sterftrainingen hebben op mijn schema de afgelopen weken nog geschitterd in afwezigheid. Illustratief was het moment waarop iemand in het publiek riep: “Hé Harm, nou leer je wat echt crossen is!” Zonder moeite kon ik de olijke aanmoediging beantwoorden met een lach en een opgestoken duim. Harder konden de benen echter niet.

Eind februari heb ik deze leerervaring opgenomen, zijn de echte sterftrainingen afgewerkt, en moet ik toch echt beter kunnen dan 25e Nederlander.

zondag 10 oktober 2010

10-10-10: Het hardloopjaar 2010 is nu geslaagd!

Even geen echt blogbericht, maar wel kort de hoofdlijn puntsgewijs:
  • Resultaat: 2:23:20 (bruto) - 4,5 min van mn PR
  • 15e overall, 4e Benelux, 2e NL
  • Streeftijd: 2:23:59
  • Strategie: door afwezigheid groep op 1:11:00 halverwege met snellere groep meegegaan waardoor ik op 1:09:49 doorkwam (noem het Russisch Roulette)
  • Tweede helft zoals gepland iets langzamer maar relatief goed door kunnen lopen
  • Enkel kilometers 35 tm 40 erg zwaar met beginnende kramp
  • Mijn jaar is met een PR op de marathon nu eindelijk geslaagd!
  • Iedereen bedankt voor steun vooraf en de aanmoedigingen tijdens!!!!
  • Hardlopen is mooi.

maandag 20 september 2010

Ik Ben Hardloper

De 10km onder de 30 lopen, of de Halve in de 1:06, of de Hele onder de 2:20. Nog maar een paar jaar geleden leken me dergelijke tijden enkel voorbehouden aan ‘echte hardlopers’. En dat terwijl ik toch al weleens een regionaal wedstrijdje had gewonnen.

Finish bij NK 10km in TilburgTwee weken geleden deed ik voor het eerst mee aan het NK 10km. Braaf had ik me ingeschreven via Internet en 11 Euro overgemaakt. Daags voor de wedstrijd bleek ik een startnummer in de 100 te hebben. Blijkbaar had ik met een richttijd van 30:59 een email moeten sturen, zodat ik een laag startnummer, misschien wel wat startgeld, maar nog veel belangrijker, toegang tot de voorste startrijen zou hebben. Waar mijn trainingsgenoten Luc, Tim en Oscar tot 3 minuten voor het startschot nog sprintjes konden trekken, was ik al 20 minuten bezig met mijn ongeplande cooling-down. Daardoor was de openingskilometer van 2:54 iets te enthousiast en moest ik er na 2 kilometer al af. Het magere PR van 31:22 was een schrale troost.

De dag na Tilburg begon mijn heftige trainingsweek met 28km loslopen. Uiteindelijk tikte ik in één week 165km weg over slechts 6 trainingen. De laatste 42 waren de mooiste: de Meerssen marathon. Aanvankelijk was het plan vlak in D1 naar 2:59 te lopen. Samen met ploeggenoten Bram en Marco aangevuld met de Meerssen Master Jo Schoonbroodt, gingen de eerste 8km druk ouwehoerend volgens dit scenario.

Bij de steile klim die toen volgde versnelde Bram en ik onbewust waarna we onze weg door de Limburgse heuvels met zijn tweeën vervolgden. Gaandeweg raapten we meer lopers op, versnelden we ook steeds meer en klommen we op naar de 5e/6e plek met nog 1,5 kilometer te gaan. In de verte liep de compleet stukzittende Belg Frederic Collignon op de 4e plek. Met een turbo-sprint bergafwaarts wisten we hem nog te verschalken en renden we de laatste 200 meter hand in hand naar een mooie 2:43. Mijn Garmin mocht na 1:07:35 stopgezet wordenLogischerwijs was het herstel wat moeizamer dan bij een 2:59, en dus kneep ik hem voor de Halve Marathon van Deurne. Temeer omdat ik al een week of 6 loop te tobben met een scheefstaande heup (ja dat kan ja). Gegeven het belabberde stratenparcours inclusief drie 180-graden bochten (wie verzint zoiets), en de harde wind leek me 1:06 iets te prestigieus. Na een paar kilometer moest mijn enige achtervolger al lossen. Tering, ik draaide als een tierelier en liep en passant 4 seconden van mijn Tilburgse 10km-PR af. Vanaf een kilometer of 15 kreeg ik het zwaar, haalde mijn Tsjechische achtervolger me bij 18km weer bij, liet hij mij nog het vuile werk tegen de wind in opknappen, om op 19,5km bij me weg te lopen. Niet boeiend, mijn geplande 1:07:35 werd een feit.

Nee, ik ben er nog niet, maar de supertijden waar ik eerst alleen over droomde lijken inmiddels best realistisch. Sinds gisteren mag ik het zeggen: "Ik ben hardloper."

zondag 22 augustus 2010

Op weg naar 10.10.10: Hoogtestage Font-Romeu

Om over 7 weken in Eindhoven beslagen ten ijs te komen ligt een hoogtestage vermomd als vakantie (of andersom) voor de hand. De keuze voor het in de Franse Pyreneeën gelegen Font-Romeu was simpel: relatief goedkoop, aardig hardloopklimaat de tweede helft van augustus, net in één dag te bereizen met mijn leaseautootje, en de stek van toppers als Greg van Hest en Paula Radcliffe. Niet dat ik me met deze twee kanonnen wil vergelijken, maar toch.

Het sportcomplex inclusief hotel dat het Frans Olympisch Comité in 1968 heeft opgetrokken uit beton (Toentertijd vast heel modern) bevat kamers die Dolf Jansen ooit omschreef als “Spartaans”. Mede daarom hebben mijn nieuwbakken ‘love of my life’ (in training voor het NK 10km in Tilburg) en ik geen kamer in het sporthotel geboekt, maar een luxueus appartement 1,5km verderop. Overigens ligt de baan zelf er fantastisch bij: in een soort kuil (vergelijkbaar met Papendal), met wat bergtoppen op de achtergrond die refereren aan de hoogte van 1835 meter.


Inderdaad, dan is de ijle lucht best zuurstofarm als je normaliter in een Brabants stadje 1800 meter lager traint. Na mijn eerste 1600-je had ik het gevoel dat de baan een meter of 20 te lang was. Of mijn Garmin had kuren, want ik zou toch zweren dat ik rondjes 72 liep terwijl dat ding doodleuk 75 aangaf. In de 2 minuten hersteltijd concludeerde ik dat het niet de baan maar dat apparaat moest zijn; immers nu waren ‘die 2 minuten’ voor mijn gevoel ook ineens veel sneller voorbij dan normaal in Eindhoven. Een korte blik op de andere atleten die hier nu rondhobbelen (o.a. de Portugese Triatlonploeg, de Franse Biatlonploeg, en de Duitse Schaatsploeg) leert dat iedereen gewoon moeite heeft met die lucht.

Nu, 180 kilometer verder, begint het gestel een beetje te wennen aan de ijle lucht. Dit is echter niet de enige complicerende factor: de hoogvlakte hier om de hoek voor de lange tempo-duurlopen is natuurlijk nergens vlak en bovendien compleet onverhard. Niet echt ‘marathonspecifiek’ zou Luc zeggen. Wel relatief vlak en voor 60% geasfalteerd is een rondje van 8km om een stuwmeer een paar dorpen verderop. Helaas ligt dat rondje op ‘slechts’ 1500m en dus verkoos ik vandaag de hoogvlakte hier op 2100m voor mijn 35km lange duurloop. Klein detail: ineens was het 26 graden hierboven. Na 23km stond ik met een zwaar vochtgebrek compleet geparkeerd. Iedere moeizame kilometer steeg mijn respect voor de Barcelona-marathonploeg exponentieel. Iedere kilometer vervaagde dat ene doel (10-10-2010) op mijn netvlies. Iedere kilometer werd de drang naar hersteldrank, water, en eigenlijk alles wat in de koelkast ligt groter.

Inmiddels is de koelkast geplunderd, kijk ik uit naar mijn rustdag van morgen (racefietsen), maar vooral naar de rest van de week waarin nog meer ijle lucht van het ‘o-zo-prachtige’ Font-Romeu ingeademd gaat worden.

zondag 25 juli 2010

The Flying Dutchman (San-Francisco)

Yes! De marathonvoorbereiding van 13 weken is dan weer begonnen. Heerlijk toewerken naar die ene dag waarop het moet gaan gebeuren. Over 11 weken op 10-10-2010 moet het dus gebeuren, zeker nog niet vandaag. Ergens dit jaar bedacht ik dat het wel aardig is als ‘Eindhoven’ ook meteen mijn 10e van dit jaar is. Niet dat je er ook maar iets aan hebt, maar toch. Op weg daar naartoe is de 8e er eentje geworden die vooraf in de categorie ‘Lumineuze ideeën’ geplaatst diende te worden.

Voor mijn werkgever Accenture moest ik deze zomer nog een weekje op training in Chicago. In 2007 combineerde ik een vergelijkbare training met de NYC marathon, ditmaal met San Francisco. Aangezien vakantiedagen schaars zijn, heb ik gisteren: elf uur opgevouwen gezeten in een blauwe vogel, vlug mijn startnummer opgehaald en ingecheckt in het dure Hilton wat de organisatie voor me had geregeld. Jetlag-technisch kwam het best aardig uit dat ze hier de 24.000 lopers wegschieten op het achterlijk vroege tijdstip van 5:30 uur, 14:30 Nederlandse tijd dus. Dat hotel had ik te danken aan het feit dat geen enkele prof zich aan deze heuvelmarathon waagt.

Inderdaad, de slogan ‘The marathon that even marathoners fear’ is niet geheel onterecht. De eerste 7km waren heerlijk vlak en deden met de forse wind best ‘Nederlands’ aan. (Stiekem liep ik net zoals in Graubuenden na een paar km zelfs alweer solo op kop). De twee lopers waarmee ik uiteindelijk tm kilometer 9 samen liep hadden lage 2:20-ers in gedachten, dus besloot ik de gaskraan dicht te draaien. Dit mede omdat de eerste muur op het parcours inmiddels was gepasseerd, (deze zeker niet zou misstaan in een één of andere dubieuze Zwitserse bergmarathon) en er nog een aantal zouden volgen.

Genietend van de opkomende zon, de Golden Gate Bridge, en de ontelbare "Looking good"-aanmoedigingskreten van tegemoetkomende langzamere lopers, vrijwilligers, verkeersregelaars en agenten stiefelde ik 10 harslagen onder mijn marathonhartslag verder. De lage 1:13 halverwege deed me realiseren dat hier zomaar een aardige tijd neergezet kon worden zonder mezelf kapot te lopen. En zo ging het ook: er kwam geen klap, ik liep gewoon een lekkere lange duurloop zoals ik wel vaker op zondagochtend doe. Enkel de stukjes dalen met een steilheid waar ze zelfs in Nijmegen bang voor zijn waren belastend door het ‘afremmend dalen’. Deze trage techniek (3:25/km) was noodzakelijk omdat vanaf 30 km het veel snellere naar beneden storten me ongetwijfeld een retourtje tandarts zou opleveren.

Doordat het omrekenen van miles naar kilometers me niet overal goed was afgegaan was ik met 2:29:23 nog wat sneller dan gepland. De 8e marathon werd daarmee de snelste van het jaar, en achteraf had een PR er zeker in gezeten. Lekker belangrijk, een veel forser PR komt over 11 weken wel wanneer mijn echte marathon gelopen gaat worden, nietwaar?!

Results: 1.) Keith Bechtol(USA) 2:23:28 ; 2.) Michael Wardian(USA) 2:25:21 ; 3.) Harm Sengers(NED) 2:29:23

maandag 28 juni 2010

Doen waar je goed in bent

Om in oktober weer fors ten strijden te trekken staat het interbellum waarin ik me nu bevind in het teken van het trainen met zuurstofschuld. Normaliter tracht de marathonloper de combi van vet- en koolhydratenverbranding zonder zuurstofschuld tot kunst te verheffen. Nu dus even niet.

Zo gaat het van verschrikkelijke interval sterftrainingen op de baan, tot 3-dubbele mini-fartleks op de weg. Om me op de lijdensweg door de anaërobe martelgang ook nog onder de mensen te begeven, staan er ook nog wat wedstrijdjes op het programma.

In mijn geboortedorp Nuenen liep ik in een sauna van 28 graden de eerste 7km van de Halve volle bak. Onder de noemer "If you can't stand the heat, get out of the kitchen," ging het restant 2 tandjes lichter. Twee weken later volgde een PR op de 10km in Rijsbergen; weer drie dagen later een PR op de 5000m bij een avondwedstrijdje in Eindhoven. Leuk en aardig, maar ik haat ik deze manier van lopen.

Om de ontwenningsverschijnselen tegen te gaan, moest er natuurlijk toch nog ergens een marathon gelopen worden. Zo stond ik zaterdag met een Eindhovense delegatie dwazen zowaar in het Zwitserse Graubuenden aan de start van 'de zwaarste marathon ter wereld'. Ongepland en onverwacht legde ik met een gemiddelde hartslag van slechts 150 (lees: rustig aan) beslag op de 6e plek. In de bizar steile slotklim van 11km haalde 1,5 km voor de finish mijn ontketende ploeggenoot Bram (een trainingsbeest) me in en liep me zelfs nog op 3,5 minuut. (Hulde!)

Noch berglopen, noch anaëroob sterven is mijn ding. Ik ben een flat-course marathon runner and I like it.

maandag 24 mei 2010

Knettergek

Onbegrepen schudden mensen vaak hun hoofd wanneer ze iets van mijn hardloop-escapades vernemen. “Hij is knettergek,” zie ik ze denken. Ongetwijfeld zit daar een kern van waarheid in, maar van altijd maar vooral in de pas lopen is deze aardkloot ook nog weinig beter geworden.

Daags na mijn ‘mislukte’ avontuur in Londen, besloot ik met lood in de hardloopschoenen aan de meester te vertellen dat ik voornemens was bij de Leiden marathon een nieuwe poging te wagen 3 weken na dato. Waar ik verwachtte dat hij dit stellig zou afraden, opteerde hij voor een Duitse marathon eerstkomend weekend. De slagingskans van het hakken met dit bijltje achtte hij als ervaringsdeskundige (2003) slechts 5%. En zo geschiedde het dat ik exact 7 dagen na Londen aan de start van de Düsseldorf marathon stond. Op 30km gooide ik het bijltje er preventief bij neer omdat het vooruitzicht van een 2:28 me ook niet de verlangde voldoening zou geven. Door omstandigheden jogde ik de marathon toch nog uit in een 2:33. Vier officiële marathons in 1 maand finishen, ik ben knettergek.

Nog veel achterlijker zijn die dwazen die besluiten met zijn achten in estafette van Parijs naar de Coolsingel te lopen; aan één stuk zodat je eigenlijk ook voor 2 á 3 dagen geen contact krijgt met vriend Klaas Vaak. Onder de noemer RoPaRun hadden afgelopen weekend weer 275 groeperingen zich gemeld bij de incheckbalie van dit gesticht in Parijs. Knettergek als ondergetekende is, bewoonde ook hij een cel in het gesticht. Om precies te zijn in de Vleugel 145: ‘De Vrienden van Flakkee’.

Enige tegenstand was er wel binnen dit gezelschap vanuit de cipiers die 260km mee zouden fietsen met de losgeslagen gekken. Immers, vorig jaar werd het bij één van de cipiers zwart voor de ogen nadat ondergetekende bergop met een snelheid van 22km/uur probeerde te ontsnappen. Daarom werd plechtig beloofd het ‘rustig aan te doen’ dit jaar. Immers, de rechter kuit stond al ruim een week op scherp, waarmee dergelijke acties als een Russisch roulettespel invloed kunnen uitoefenen op de rest van het hardloopjaar 2010.

Helaas werd het doel van Vleugel 145, de 7e plek van het jaar daarvoor tenminste evenaren, niet behaald. Dit omdat de diverse leden ruim 30 minuten naar elkaar hebben gezocht in de buurt van een tunnel in Antwerpen. (De Parlementaire enquête dient nog gestart te worden.) Desalniettemin, een Top-10 klassering is toch nog steeds een puike prestatie. Bovendien hadden de gekken het goed naar hun zin, en dat is ook wat waard.

Maar wacht even, als het gesticht over 275 groepering herbergt en er nog eens 100 in de wacht staan, zijn er dan in totaal zoveel mensen knettergek dat je ze haast weer als ‘normaal’ kunt gaan beschouwen?

zondag 25 april 2010

Zowel de benen als het hoofd wilden niet

Als je je doelen haalt heb je de lat te laag gelegd” fluisteren Acda en de Munnik me geregeld via mijn iPod in. Vandaag heb ik geconcludeerd dat de lat met 2:24:59 te hoog ligt bij 13 weken trainen met een weekgemiddelde van slechts 95km. Achteraf zat er met een langzamere doorkomst halverwege (nu 1:12 rond) een 2:26 in, but that’s it.

Was ik voorbereid op het lopen van een geen-meter-vlak parcours, was mijn verkoudheid helemaal verdwenen, was het weer niet zo vreemd vandaag, was er niet slechts per 8km (5 mile) een sportdrankpost, en was de afgelopen 5 weken mijn nachtrust/gemoedstoestand niet negatief beïnvloed door mijn stukgelopen relatie, dan had er misschien zelfs een hoge 2:25 in gezeten. Maar heel eerlijk, niet sneller, en dus lag de lat met 2:24 te hoog.

Toch ben ik blij en trots dat ik nu ook de Marathon Major London aan mijn lijstje toe mag voegen; in dit geval met een aardige 2:29 (55e plek). Het begon afgelopen week met de beruchte aswolk waardoor ik bijna met de ferry in plaats van met de Ierse prijsvechter moest afreizen. Vervolgens werd voorspeld dat deze 30e uitvoering de warmste uitvoering zou worden op het beruchte voorjaar van 2007 na. Bij het loslopen gisteren was het zo warm dat een bezoekje aan de lokale hairdresser me wel een goede leek. Amper 4 uur na grondig bewerkt te zijn door een tondeuse, werd de weersverwachting voor vandaag ineens aangepast: “Cloudy, showers, sunshine, hot, humid, actually we don’t know because this is the UK.”

Vanochtend ging het een uur voor de start dus ineens gieten waarmee mijn warming-up zowaar in een cooling-down veranderde. Toegegeven, de weermannen hadden het bij het rechte eind met hun versnipperde voorspelling. Gooide ik tijdens de race wat water uit een flesje over mijn hoofd en polsen (Londen heeft geen sponzen) tegen de hitte, begon het ineens te miezeren en had ik het weer snoeikoud. Vreemd weer dus. Wat betreft de experience: 42km lang rijen die enthousiast applaudisserend publiek; en dan langs de befaamde highlights als de Big Ben. Ook dat is marathonlopen, and I love it.

Maar goed, de race begon vrij hard omdat het eerste deel sterk dalend is. Na wat rondvraag kwam ik tot de conclusie dat er een groep voor me op 1:10 halverwege en achter me één op 1:13 liep en zo besloot ik dat mijn race solo zou gaan verlopen. De eerste 15km gingen eenvoudig genietend van het publiek zonder het laten van ook maar één zweetdruppel. Enkel de eerste kilometer had ik gevoeld wat bij 18km terugkwam: de aanhechtingen van mijn bilspieren. Vanaf dat moment had ik moeite om nog kilometers van 3:25 te produceren. De trendlijn daalde en bij 30km kwam ik op dezelfde tijd door als tijdens mijn PR-race. Belangrijk verschil, toen wilde ik voor het goede doel in mijn eigen stad koste wat het kost in ieder geval een PR lopen. Vandaag ging ik voor 2:24, maar zat ik inmiddels op 2:27.

Als ik was gaan pushen had er een PR in gezeten, maar bleef dat waarschijnlijk wel in dezelfde minutengrens, wat me op dat moment geen k#t interesseerde. Mentaal ben ik gewoon niet 100% momenteel. Achteraf schijn je spijt van te krijgen van niet tot het gaatje gaan, maar die ervaring moet me nu dus nog gaan ontvallen.

Zoals Churandi Martina als een wijs sprak: “Om te kunnen winnen moet je weten wat verliezen is.” Vandaag ben ik het in mijn 11e marathon te weten gekomen, en ik ben er blij mee.

zondag 11 april 2010

Uitlopen, gewoon omdat dat kan

De afgelopen weken verklaarde menig kenner me met een glimlach voor gek. Welke idioot gaat er nu op 3 én op 2 weken van zijn marathon als training twee keer de hele marathon lopen?! Ik dus. De magie van de marathon verwerken in toch al geplande traingsprikkels leek me een wel aardig experiment. Zo toog ik 2e Paasdag naar Utrecht voor 30 km in marathontempo en vandaag, slechts 6 dagen later, naar Rotterdam voor 21 in halve-marathontempo. Beide malen met het plan daarna uit te stiefelen.

Ook ik realiseerde me dat 6 dagen wat aan de korte kant was en daarom besloot ik Utrecht net iets rustiger te doen. Omdat ik daarmee ineens een perfecte haas zou zijn voor Marcel Uppelschoten (Mr. Utrecht) melde ik me bij de organisatie. Marcel op weg naar 2:29 blij, Utrecht blij, en ik blij. Het plan was 3:30 per km. Tot 15km ging het prima; vanaf dat moment kwam de wind eigenlijk zo’n beetje iedere 2km uit een andere richting. Langzaam werd Marcel gesloopt en bij 28 gaf hij aan dat het tempo iets zachter moest. Ik voelde me sterk en had al bij 21km beloofd door te gaan tot hij geen wind tegen meer zou hebben bij 32km. Uiteindelijk ging mijn hulp tot het 35km-punt, al had ik er toen een hard hoofd in wat betreft Marcel’s droomdoel. Zelf trok ik een extra shirt aan, wisselde ik van schoenen en chip, at een banaan en ging met een bidon in de hand op weg om de 42 vol te maken. Ondanks dat ik zelf relatief eenvoudig 2:40 liep, baalde ik vooral van Marcel’s 2:32. Over 6 maanden weer een poging voor Mr. Utrecht.

Het herstel leek voorspoedig te verlopen, maar donderdag kwam ik tot de conclusie dat vandaag weleens te vroeg zou komen. Niets was minder waar. Al bij 8km moest ik echt gaan werken en kreeg ik het gevoel dat ik met heel veel pijn en moeite tot 17km aan het elastiek zou kunnen hangen bij de helden van TDR. De verleiding van een pitstop bij Luc die bij op het 13km-punt stond was te groot en zo stopte ik daar al. Vervolgens maakte ik er een wisseltempo-duurloop inclusief nog 3 kilometers van 3:15 en twee extra stops bij 23 en 30km van. De laatste 12 liep ik met groepsgenoot Arie waarbij we ons op 40 nog konden motiveren om er net een 2:49 uit te persen.

Terugkijkend heb ik in netto-looptijd met maandag 2:32 en vandaag 2:35 twee hele aardige trainingen afgewerkt. Dit is vooral van belang omdat ik met mijn werk geen tijd heb om 8x/week te trainen en nu toch gewoonde benodigde duur en kwaliteit verwerkt heb. De Krotwaar-Sengers methode: als training 2 marathons in 7 dagen, gewoon omdat dat kan.

maandag 22 maart 2010

Tijdelijk Hardloper ipv Consultant

Amper één week na mijn formele promotie bij mijn werkgever Accenture naar ‘Consultant’, verruilde ik het werkende leven gedurende 2 weken voor dat van ‘Hardloper’. Daags na de Drunense Duinenloop had ik mezelf voor 12 dagen in de zon van Gran Canaria gestationeerd om knalhard te trainen en tussendoor zoals het een echte Hardloper betaamt te rusten. Voor deze rustmomenten had ik me gewapend met de inspirerende boeken ‘Eens een hardloper’ en ‘Helden van de 42’. Conclusie: beide scharen zich met stip in de Shortlist tussen het grof geschut van Dolf, Marti en Abdelkader.

‘Duizend mijl voor een mijlpaal’ is de les die expliciet in het meesterwerk ‘Eens een hardloper’ en impliciet in ieder hoofdstuk van de ‘Helden van de 42’ terugkomt. Goed voorbeeld doet goed volgen, en zo kwam ik in de eerste 6 trainingsdagen niet tot mijn normale 100~110km maar tot 160km. Uiteraard inclusief de nodige kwaliteit op de baan, prikkelende kilometers bergop, en losloop kilometers over het strand (heel vervelend).

Afgelopen vrijdag toog ik terug naar NL om op zaterdag nog even los te lopen, gekraakt te worden door mijn fysio, en gekneed te worden door mijn sportmasseur. Immers, gisteren stond de Venloop op het programma. Als bewijs van de groeiende vorm was het primair doel eindelijk die 1:10:00 uit de boeken te lopen, en als het even kon onder de 1:09:00. Luc vertelde dat hij op 3:12/km weg wilde, wat ongetwijfeld 21km lang voor nu net iets te snel voor me zou zijn. Maar goed, liever eerst samen dan direct alleen. Met Michiel Otten liep ik naar de start; hij wilde op 3:15 weg. Shit, dilemma: wellicht net iets verstandiger voor mij.

Na een 300 meter was het dilemma alweer vergeten en liep ik toch bij Luc om een “We zien wel waar het schip strand-poging” te wagen. De eerste 5km gingen mede door het in zeer grote getale aanwezige over-enthousiaste publiek in 16:05. Vervolgens zakte het tempo ietsjes in en kwam Michiel Otten bij het groepje om eigenlijk direct de kop ook over te nemen. Op de klim op 14km bij de brug vol tegen de wind in werd het me toch echt even te machtig (Michiels opbouw was wellicht verstandiger geweest). Gestaag liep het gat op tot zeg 15 seconden, maar kon ik me de laatste 3,5km herpakken omdat die 1:08:59 toch wel verleidelijk leek. Aangespoord door dat fantastische publiek werd het gat met de meester kleiner. Ja hoor, na laatste bocht kon mijn inmiddels traditionele scheldkanonnade weer beginnen toen ik de klok naar de 1:09:00 zag springen. (video)

Een PR op laatste dag van de ‘Hardloper’, vanochtend ging om 6:30 de wekker van de ‘Consultant’ weer.

donderdag 11 maart 2010

De wind van voren

De marathonvoorbereiding is dan nu echt in volle gang losgebarsten. Apeldoorn was een mooi begin van mijn het trainingsblok dat het fundament legt. Zes dagen na later stond ik weer vol ornaat aan de start bij de Halve marathon van Eersel (aka de JanKolenLoop). De criticasten hadden me vooraf al hoofdschuddend afgeraden om hier überhaupt een poging te wageneen enigszins fatsoenlijke tijd op de klokken te zetten. Ansich terrecht, immers het parcours is bij gebrek aan nieuw vlak asfalt niet iets waar je mij ´s nacht voor wakker kan maken. Tel daarbij op dat er geen tegenstand is en dat zelf Erwin Krol het weer begin maart met de harde wind als belabberd zal bestempelen en je weet dat het een kansloze missie is. Nou, dat was het ook. De eerste 9km gingen nog wel aardig (met oa lokale held Frans Pasmans en diens kroost als toeschouwers). Daarna demotiveerde de wind me dusdanig dat ik genoegen nam met het uitlopen in een zone lager uitlopen richting een 1:13. Stiekem wel de eerste overwinning van het jaar trouwens.

Een Halve lopen is wel aardig, maar mijn hart licht toch echt bij een mooie lange duurloop. Zo trok ik de dag na Eersel erop uit voor een rondje Zuid-Oost Brabant. De route Eindhoven, Son&Breugel, Nederwetten, Nuenen, Stiphout, Helmond, Mierlo, Geldrop, Eindhoven resulteerde per abuis in mijn 2e marathon van het jaar! (http://connect.garmin.com/activity/25721570)

Na 70km in 2 trainingen besloot ik samen met Luc om een semi-taper weer in te lassen waarbij op het eind van de week de Halve van Drunen wel volle bak gelopen zou worden als training. Gedurende de week bleek Facebooker Colin Bekers Drunen progressief te willen lopen, startend in 3:15/km. Perfect dus: 10km met Colin mee en dan maar zien waar het schip strand (ergens tussen de 1:09 en de 1:12 voorspelde ik vooraf aan de lokale favoriet Koos Verweij). De eerste kilometer hobbelde ik vrolijk achter Colin en Greg (van Hest) aan in precies 3:00. Colin nam echter door de wind in de rug niet echt gas terug en dus besloot ik om de twee tempobeulen te laten gaan en solo door te gaan. Een paar minuten later zag ik dat Colin Greg toch liet lopen en dat het tussen mij en Colin gelijk blijf. Stom van mij dus, had ik maar op zijn ´Egmonds´ iets langer mee moeten gaan.

De met microfoon getooide wedstrijdverslaggever (en in het begin ook Ad van Hest) voorzagen me van info over mijn positie tov de koplopers en de achtervolgers. Lekker boeiend dacht ik, het is maar een training, en wederom bestaat hij uit 20km solo tegen de wind in beuken. Ja, want die wind was er. Vanaf 8km (de bocht waar Sven vorig jaar in zijn heroïsche race nog op zijn muil lazerde), stond hij bijna overal tegen. Vanaf km 13 begon ik de aanhechtingen van mijn hamstrings weer te voelen. (Toch 4km later dan de week ervoor, dus dat gaat de goede kant op.) Het tempo daalde weer en eigenlijk had ik er genoeg van. Op een paar km van de finish attendeerde de fietser van de organisatie me op de achtervolgers (de Belgen Rony Agten en Ricky Meylaers) die nu toch echt gevaarlijk dichtbij kwamen. "Wat een K##zooi, nou moet ik nog echt aan de bak ook ook," dacht ik. Hard ging het zeker nog niet, maar het was wel een mooie training waarin ik mijn podiumplek wist te handhaven.

Nu 2 weken keihard trainen en dan in Venlo weer wat sneller. Maar dan wel zonder wind, afgesproken Erwin?!

zondag 21 februari 2010

Apeldoornse Marathon Heuvels

Vijf weken na het lopen van de volledige 42km van het parcours als training moest het vandaag dan echt gaan gebeuren. Niet voor mijzelf, wel voor mijn ploeggenoten Bram en Marco. Althans, dat was toen het plan. Helaas schitterde Marco vandaag in afwezigheid door en longonsteking en startte Bram met een voetblessure en daarmee de sterke drang om voortijdig de strijd te staken (over 7 weken in Rotterdam immers weer een kans). Wel stond Luc vandaag aan de start en zo zou ik als trainingsprikkel eerst hem 27km hazen om daarna Bram nog te hazen (mits hij nog meedeed).

Klein detail: 2,5 week geleden heb ik de meniscus van mijn linker knie iets te enthousiast opgerekt bij een alternatieve training (iets met een berg in en twee lange latten). Gevolg: 10 dagen rustig fietsen op de hometrainer ipv hard rennen over het asfalt.

Onder de noemer 'Niet mieten, lopen zul je' stond ik vandaag helemaal vooraan achter de startstreep op de Loolaan naast Luc en Prins Pieter-Christiaan (ieder zijn privéleges). In het eerste startvak stond ook RunningRonald met gierende zenuwen op weg naar een sub 3-uur. We hadden voor hem toegang tot het vak geregeld als wederdienst voor het regelen van de fantastisch ruimte om vooraf te verzamelen. Ook de de Poolse winnaars van de vorige edities stonden vooraan en het devies was vrij simpel: hen volgen.

De eerste 15km gingen goed en ik kon Luc daar waar nodig zo veel mogelijk uit de wind houden. Bij de drankpost op 15km besloten de Poolse lopers onze vertraging om een bekertjes mét sportdrank te pakken te misbruiken om een gat te slaan. Ik wilde wel, maar Luc kon even niet mee door een opspelende kuit. Ook 28-km lopers Remon van Luzen, Marcel van Uppelschoten en Peter Bruinsma konden het gat niet dichten en zo was er ineens een gat van 40 seconden bij het beklimmen van de Amersfoortseweg. Ineens riep Luc dat ik moest knallen. In ongeveer 3 km liep ik het gat dicht door bergop kilometers van 3:30 af te drukken. Onaangenaam verrast waren onze Poolse vrienden toen ik letterlijk vooraan kwam melden dat we weer terug waren;)

Helaas moes Luc 2km later het tempo weer laten zakken, weer vanwege die kuit. We besloten beide bij 28km uit te stappen, ik had immers ook de nodige krampen door het gebrek aan heuveltraining. Terwijl we in 3:45 keuvelend doorliepen besloot Luc een paar honderd meter voor de splitsing op 27km toch door te lopen. Blijkbaar is hij vervolgens bergop in hetzelfde tempo doorgegaan, want hij noteerde toch nog een keurige 2:30 (4e plek). Wat een bikkel!

Ook het vermelden waard: Bram staptte bij 25km en houd mijn haasdienst tegoed voor Rotterdam als hij er 3 weken Kenia op heeft zitten. RunningRonald werd in de laatste 7km genekt door de 250 hoogtmeters die hem 7 strafminuten opleverden waarmee zijn potentiele 2:57 vervloog. Conclusie: Bij de marathon krijg je wat je in de 13 weken daarvoor verdient hebt; realiseer je alleen wel dat wanneer je hebt gekozen voor het prachtige parcours van de MidWinterMarathon in Apeldoorn daar ook wat heuveltraining voor nodig is.

Check hieronder de filmbeelden en een interview met Harloopnieuws.nl:

zondag 17 januari 2010

Apeldoorn: De 1e marathon van 2010 zit er weer op

Het 4-tal vlak voor de start op de Loolaan te ApeldoornAfgelopen donderdag las ik op de weblog van RunningRonald dat hij met een clubje bloggers eind januari de lus van 28km van de Midwintermarathon gaat verkennen. Briljant idee! Wij verruilden onze voor vandaag geplande lange duurloop van 42km in de Limburgse heuvels voor het lopen van de 42,195km van de mid-wintermarathon. Immers, teamgenoten Bram en Marco gaan daar over 5 weken de marathon lopen richting 2:39, ik zal hen welllicht hazen, en Luc is sowieso nooit vies van wat kilometers.

De eerste verassing van de dag was dat de omgeving Apeldoorn getroffen was door een decimeter pap-sneeuw met 300 gram zwaardere schoenen tot gevolg. In het bos bij Assel lag de sneeuw zelfs nog gewoon met een dik pak op de weg, waarmee we toch nog even het gevoel kregen te zijn beland bij de Mastboscross. Uiteraard mocht dit de pret niet drukken en gingen de eerste 27km vrolijk keuvelend in ongeveer 4:47/km. Na een korte pauze bij de auto voor wat sportdrank werd de kleinere 2e ronde ingezet. Ondertussen was grapenderwijs de gedachte opgeborreld dat we vandaag de Nationale Marathon Ranglijst 2010 zouden starten. Met andere woorden: de 'winnaar' van de dag zou zichzelf met een tijd van ruim 3 uur heel even de beste marathonloper van Nederland in 2010 mogen noemen;)

De korte tweede ronde bleek een ontzettende mentale opsteker: tm km 32 ken je het parcours al, dan komen 2 'nieuwe' kilometers om daarna eigenlijk 8 km lang bergaf te lopen over bekend terrein. Fantastisch voor een marathon dus. Ik begrijp eigenlijk niet dat de organisatie hier niet expliciet mee te koop loopt. Onder impulsen van tempobeuker Bram, die sowieso altijd moeite heeft met behoudend lopen, ging de tweede ronde een tandje hoger. Op 38km werden de finish-strategieën door Luc en Bram bediscussieerd waarbij Macro gaf te kennen dat hij niet mee deed met deze spielerei.

Op km 39 ging Luc aan, Bram en ik konden volgen, waarna de meester er nog een slinger aan gaf. Op 40 ging ik erop en erover. Helaas realiseerde ik me een paar 100 meter later pas dat ik er een kilometer 'langs had gekeken' waarna ik me weer liet inhalen door Bram en Luc. Die laatste plaatste toen meteen weer een demarrage. Ik kon nog opschakelen, liep Bram los om gestaag het gat tot Luc dichten. Bij het beruchte 'Naaldmonument' op 1km kon Luc vrij oversteken; ik moest tussen de opstartende auto's door slingeren. Luc dacht dat ik had moeten stoppen en vertraagde zijn tempo iets voor een 'rustigere' laatste km. Ik had Luc bijna te pakken, mijn Garmin gaf aan dat we bij 42,00 waren toen Luc ineens stopte. Ik rende hem voorbij en schreeuwde dat we er nog 200 moesten, waarna hij een verschrikkelijke achtervolgende sprint inzette, maar me net niet meer kon achterhalen. Achteraf toegegeven, de meester stopte op de officiële Start-Finish waarmee de leerling toch verslagen was. Hardlopen is mooi, ook bij een 3:16 op de marathon. Nog 5 weken en dan gaan we weer naar Apeldoorn om te raggen over dit fantastische parcours.

vrijdag 1 januari 2010

Oud en Nieuw: terug- en vooruit kijken

Vrij snel na mijn licht tegenvallende marathon in Eindhoven (waar ik wel 1e Eindhovenaar werd, zie foto) besloot ik in overleg met Luc om de Krotwariaanse methodiek tijdelijk weer in te ruilen voor de oude vertrouwde Harmiaanse: lekker 3 maanden free-wheelen richting de volgende marathon, om zo mentaal en geestelijk uitgerust te zijn. Dit mede omdat uit mijn huidige basisniveau in duurvermogen dat marathon-PR sowieso nog wel een stukje scherper kan.

Na 5 weken van neus-peuteren, New-Yorkse Muffins eten, koffie drinken en de marathon als toeschouwer beleven, werd het weer tijd om het voorjaarsdoel van 2010 hard te maken. Ik wil mijn lijstje met grote stadsmarathons uitbreiden en daarom zal ik 25 april deelnemen aan de Marathon van Londen. Niet via een Nederlandse reisorganisatie voor een woekertarief, maar als deelnemer aan het Brits marathonkampioenschap voor de Londense vereniging de Belgrave Harriers. (Hoe cool is dat?!) Om de planning verder te optimaliseren heb ik en passant in maart tijdens de trainingspiek een 2-weken durend trainingskamp gepland voor de broodnodige kilometers, rust (en zon;).

Als tussendoel leek Egmond me wel aardig. Door het parcours een tijd die je weinig zegt, maar in ieder geval wel afdoende om de basisconditie op peil te krijgen. Bovendien zou ik na Egmond nog 2 weken volle bak kunnen rusten zodat ik uitgerust aan de 13 weken kan beginnen. ‘Zou’ omdat ik na de 5 tropenweken toch weer iets te enthousiast te snel te veel ben gaan trainen en daarmee een overbelaste voet opliep. Weg Egmond. In plaats daarvan was ik 2 weken geleden al blij met tempo’s 3:38/km (en dat dan maximaal 7 minuten).

Gisteren stond de 10 km van de Oudejaarsloop in Hilvarenbeek dan ook niet in het teken van een mogelijke overwinning. Neen, 10 km onder de 35 min was mijn doel omdat 3:30/km al weer ergens op begint te lijken. Bij de start kon ik me toch niet beheersen en vloog achter de koploper aan. Na een meter of 600 besefte ik dat zijn tempo van 3:05/km ook gekkenwerk voor mij was en besloot ik me terug te laten zakken tot teamgenoot Fons en de eerste 5 in 3:25/km te volbrengen (zie foto). Bij het 5 km-punt ben ik tevreden gestopt. Na 15 seconden te hebben stilgestaan, ondertussen pratend met de verbaasde lokale organisatie, ben ik mijn andere teamgenoot Bram gaan hazen naar een tijd van onder de 35 min. Hij hikte al heel lang tegen deze grens aan terwijl hij op trainingen de indruk wekt toch echt een loper te zijn de een marathon zeker onder de 2:40 kan volbrengen. Uiteraard liep Bram zijn verlangde PR en kan ik terugkijken op een geslaagde dag en nog belangrijker: een geslaagd jaar. Ik ben benieuwd of 2010 me weer 7 PR’s gaat brengen?