zondag 7 april 2013

Lopen tot de zon komt

Ik haat lopen in het donker. Nog meer haat ik lopen in de kou. Ik kan geen sneeuw meer zien. Gevoelstemperaturen zijn zo bedroevend dat ik geen gevoel meer in mijn vingers heb. Ik verlang naar behaaglijke temperaturen.  En daglicht. Ik verlang naar daglicht. Al maanden. Eindelijk is die klok verzet. Eindelijk is er daglicht. Nu die temperatuur nog. Drie maanden leken een eeuwigheid. Ik ben gaan lopen tot de zon komt, tot ie straalt.

Het vraaggesprek medio januari met de specialist was pijnlijk confronterend. "Dus je hebt geen zware training gedaan? Rust je genoeg?" Ineens was het lijf volledig op de rem gaan staan. Hardlopen ging niet meer. Zelfs wandelen was teveel gevraagd. Streep door de voorjaarsmarathon. 'Parijs is nog ver' transformeerde in 'Parijs kijk je maar op televisie'.

Weken van geestdodend fietsen op de hometrainer volgden. Vastklampend aan de wetenschap dat er ooit weer gelopen zou kunnen worden. Inderdaad, na een paar weken kwamen de eerste stapjes. Fysieke pijn was groot, de mentale pijn nog groter toen de marathonloper werd ingehaald door een recreant. Na Pakweg 100 meter volgen moest de marathonloper lossen. Pijnlijk, maar toch ook meteen een motiverende prikkel. 
.
Positief denken. Blijven lopen. Iedere week een stapje verder; Iedere week een tandje sneller. Iedere week een terugslagje. Positief blijven denken. De winter zal vanzelf overgaan in een voorjaar met daglicht en behaaglijke temperaturen. In analogie zal het lijf gestaag weer harder kunnen lopen. Ik heb Parijs doorgestreept, en ben noodgedwongen gaan lopen tot de zon komt. Hij straalt bijna.

maandag 31 december 2012

Glans

Als een stille getuige hangt hij aan een lullig spijkertje in de woonkamer. Dagelijks herinnert zijn aanwezigheid De Atleet aan wat de mooiste dag van zijn jaar had moeten worden. Het herinneren doet pijn. Het ging ineens zo helemaal niet. Gemengde gevoelens. Die NK-Medaille was een droom. Toch glanst het Bronzen metaal niet. Althans, nog niet. 

Het blijft een uit de hand gelopen hobby, begonnen in 2005 als Recreant bij de Marathon van Rotterdam, een half jaartje later gevolgd door Amsterdam. Toentertijd kon De Atleet niet bevroeden dat hijzelf jaren later in dat mythische Olympisch Stadion mee zou doen aan het NK Baan 5000meter. De 14e plaats is nu, in retrospectief, dus eigenlijk een best aardig resultaat. De aanloop bracht ook een klein PR op de 1500meter. Leuk, maar het jaar draaide eigenlijk om een PR op De Marathon.

Zijn intrinsieke motivatie stuwde De Atleet naar het verrichten van meer trainingsarbeid dan ooit tevoren. De kilometers betaalden zich voor het eerst uit in september, een kleine maand voor de geplande piek. Drie wedstrijden in 8 dagen, allemaal gewonnen. Zelfs in Meerssen voor het eerst de overwinning bij een echte Marathon. Eerlijk is eerlijk, best iets om trots op te zijn.

Er waren in 2012 meer mooie Resultaten en prachtige loopervaringen zoals de halve van NYC. Echter, toen het had moeten gebeuren leek het lichaam van De Atleet niet thuis. En dus is zijn werk nog niet klaar. In 2013 prijken twee piek-marathons op de agenda, te beginnen dit voorjaar in Parijs. Getergd start De Atleet komende week zijn voorbereiding. Hij zal er alles aan doen om de verlangde glans op het Bronzen metaal alsnog aan te brengen. Reken maar.

woensdag 17 oktober 2012

Eindhovense Gedachtespinsels

Weg droomdoel
Halverwege. Ze gaan te hard. Weg droomdoel. Dan maar overschakelen op plan B, een PR van minimaal 1 seconde. Verstandig Harm, laat ze gaan. PIEP. Fuck, nu gaat het echt mis. Een kilometer van 3.30. Bijschakelen lukt niet. Wat is dit? Mijn benen voelen prima, ik heb geen ademgebrek, mijn hartslag is laag, maar toch kan ik niet harder. Hoe kan dit?! Die sluimerende verkoudheid heeft me dus toch genekt.

Daar staat Emanuell, mijn haas van vorig jaar, nu dus blijkbaar uitgestapt terwijl hij vandaag voor 2.12 ging.  Ziet er koud uit zo in dat hemdje. Zal ik ook? Maar ja, dan sta je hier ook zo in Woensel te staan. Eindhoven heeft geen omvangrijk metro-netwerk. Wat zou de kortste weg naar huis zijn? Zal ik mijn shirt dan maar even binnenste buiten draaien, dan ziet niemand mijn nummer. Ren ik naar huis. Maar mijn spullen liggen al bij de finish. En ik heb geen huissleutel bij me. Moest ik eigenlijk finishen om startgeld te krijgen? Als ik nu stop weet Janneke niet dat ik gestopt ben, staat ze daar ook zo loos te staan. Ik kan natuurlijk ook gewoon wachten op een camera van Omroep Brabant en dan voor die camera uitstappen.

Het nummer
Dan, een Eindhovense oma langs de kant: “Kom op Harm 040! Hou vol!” Ik kan het niet maken om voor haar neus uit te stappen. De kreten ‘Kom op Harm”,“Hou vol Eindhoven” en “Hup 040” vliegen me om de oren. Oké oké, ik loop wel door. Sowieso, ik kan het niet maken tegenover Peer en Edgar van de Organisatie. En tegenover al die andere vrijwilligers. Wacht, een drankpost. Zal ik wat water pakken? Te laat, ik ben er alweer voorbij. Humnn, nu krijgt mijn maag ook nog kuren.

Hé daar heb je Dennis de hardloopjournalist achterop een motor. “Het gaat echt niet Dennis, ik heb nog nooit zo’n slechte marathon gelopen,” zeg ik in een drang mijn leed te delen. “Je ligt wel derde op het NK,” zegt hij. Oh ja, derde, doorgaan Harm. Een medaille. Harm een echte medaille. Een Bronzen medaille. Derde. Komen ze er nou nog niet aan? Ze moeten er toch ieder moment zijn? Ik verlies per kilometer 20 seconden. Nou ja, voor nu lig ik derde. Als ik word ingehaald, dan stap ik .… Wacht, 4e plek is ook nog prijzengeld, en 5e ook. Nee, lekker boeien, je loopt niet voor het geld. Nee, tijden, daar gaat het om. PIEP. Nee! weer zo’n belabberde kilometer. Tja. Derde Harm. Focus.

Daar staat vriend Geert. Enthousiast wil hij net als de vorige ronde mee rennen, maar ik maan hem tot rust. Toch meent hij te moeten zeggen dat Harmpie moet doorgaan. Geert is huisarts, een intelligent en bovendien verstandig mens, laat ik zijn advies maar opvolgen.

Bronzen ontgoocheling
Ineens zie ik mijn oorspronkelijke Belgische haas. “Het is niks vandaag,” zeg ik. Pak hem beet 500 meter joggen we samen. Hij spoort me aan. Waarom ook niet? Derde. Brons. De Oirschotsedijk naar links, 8 kilometer nog maar. Wat is nou 8 kilometer op 3 maanden trainen? PIEP. Hé, liep ik nou een kilometer van 3.25?! Niet heel slecht. Weer een drankpost. Nee geen drinken, mijn maag is helemaal van de wap. Alsjeblieft geen drinken. “Nou dan drink ik die bidon zelf toch lekker op!” roept de Fontys-student mij na. Ik kan er wel om lachen. Gestaag laat ik de Hel achter me en komt de Stad in zicht. Mijn Stad. Vriendin, Familie, Vrienden en Bekenden lonken. Laatste bocht naar rechts en daar is de finish. Tering wat ging dit slecht, ik kan wel janken. Ik lig nog steeds derde. Dankzij het Eindhovense publiek. Laat ik ze maar bedanken. Derde. Een Bronzen medaille. Ik heb hem. Mijn eigen echte NK Marathon medaille. Behaald in Mijn Stad tijdens Mijn Marathon. Eindhoven Bedankt!

dinsdag 14 augustus 2012

Lopen met de Kenianen

Vier jaar geleden lag ik midden in de nacht met slaperige ogen de Olympische marathon van Beijing te kijken. Terwijl in de ziedende benauwende hitte de meeste deelnemers kilometertijden neerzette waar zelfs ik me aan kon spiegelen, trok de wijlen Keniaan Sami Wanjiru vol door en won op indrukwekkende wijze. Nu, vier jaar later, vermoedde ik vooraf dat er toch geen Keniaan ging winnen in Olympisch Londen.  En dat terwijl op de ochtend voor de start in Londen ik zelf in Oostenrijk bij een wedstrijdje nog aan gort was gelopen door twee Kenianen.

Keniaanse hardlooplessen in boekvorm
Regelmatig krijg ik ‘bij de koffieautomaat’ op m’n werk de vraag waarom die Kenianen zo goed zijn. Goeie vraag, best lastig te beantwoorden; Grosso modo een een combinatie van factoren. Eén daarvan is een sober leven waarin je niet dagelijks wordt afgeleid. De fascineerende Biografie ‘Doodloper’ over Wanjiru leert dat sinds zijn Gouden medaille hij geen rust meer aan zijn kop had. Om niet afgeleid te worden leven veel Keniaanse toppers daarom in sobere trainingskampen. Overigens traint de verassende Ugandeese winnaar Stephen Kiprotich ook al jaren in een dergelijk Keniaans kamp. Humn, dan loopt mijn huidige ‘Trainingskamp’ op voorhand spaak aangezien het tjokvol zit met afleidingen als: TV, iPad, iPod, Smartphone, Laptop, Lectuur en deze blog zelf.
 
In weer een ander boek getiteld ‘Lopen met de Kenianen’ gaat de Britse auteur Finn, zelf recreatief loper, op zoek naar de Keniaanse hardloopsuccessen. Uiteindelijk komt hij aan een heel scala aan factoren die opgeteld denk ik erg treffend zijn. Beetje jammer  voor ‘de Eindhovense Marathonloper’ is dat hij geen enkele factor kan afvinken. In mijn jeugd bijvoorbeeld: 1.Ging ik niet dagelijks rennend naar school en al helemaal niet op blote voeten; 2.Verrichtte ik niet dagelijks na schooltijd fysiek zwaar werk op een boerderij; 3.Kreeg ik geen vet-arme voeding, maar juist Hollandse kaas en boter op de bruine boterham; 4.Leefde ik niet op een hoogvlakte, Brabant ligt pak-hem-beet 35 meter boven NAP; en 5.Droomde ik niet over een hardloopidool, maar over Dennis Bergkamp.

In de schaduw van de Kenianen
Oké, ik mis een stukje van de basis, en overall beschouw ik hardlopen vooral als een uit de hand gelopen hobby. Vanuit dat perspectief doe ik het aardig, maar het blijft een hobby. Gekscherend achtte de speaker van dat wedstrijdje afgelopen zondag me nog wel de meest geschikte loper voor het Oostenrijks Olympisch Team. Met andere worden: hulde voor de eerste Niet-Keniaan. Maar toch, ‘Lopen met de Kenianen’ is een mooie titel, maar eigenlijk zou ‘Lopen in de schaduw van de Kenianen’ gepaster zijn.

woensdag 20 juni 2012

Baanatletiek Bloeit!

Drie jaar geleden liep ik in het kielzoch van De Meester mijn eerste baanwedstrijdje uit mijn leven.  Een behaaglijk temperatuurtje, redelijk wat toeschouwers relaxed vanaf de kant de uitslovers observerend, en ruim 12 rondjes  die aanvoelde als de Hel. Drie jaar later was daar mijn eerste deelname aan het NK Baanatletiek; 5.000 meter lopen in het Olympisch stadion.

Beperkte knieheffing voor de baan 
Vorig jaar maakte De Wegatleet kennis met de Ins&Outs van een de echte baanatletiek. Ik draaide een heus baanseizoen inclusief: Spikes, Call-rooms, Officials, Strakke tijdschema’s, Ellebogen, Lactaat(in)tollerantie, Complete instortingen, en uiteindelijk de nodige PR’s. Aanvankelijk zou het dit jaar nog sneller moeten kunnen, maar de belabberd gedraaide winter gooide op voorhand roet in het eten. Toch was het hoofddoel voor dit baanseizoen een PR op de 5000m, en als het even kon deelname aan het NK.

Bij de eerste baanwedstrijd van dit jaar, Tilburg, zou ik me nog kunnen verbeteren. Lichte zelfoverschatting, of een gebrek aan voldoende harde voorbereidende baantrainingen, of misschien wel beide maakte het tot een fiasco. Vlak na mijn race liep ik een Nederlandse atleet, die zich net in Amerika gekwalificeerd had voor het EK 10.000m in een jaloersmakend snelle tijd van 28 Half, tegen het lijf. Uiteraard feliciteerde ik hem er nog mee.

The Greatest vlak voor zijn race
Twee dagen later ontoette ik in Hengelo Haile. Mijn held op de marathon, maar groot geworden op de baan. Intussen repte het publiek over die 2 Nederlandse atleten die zich de avond ervoor hadden gekwalificeerd voor het EK op de 5.000m in ditmaal jaloersmakende 13 Halfs. Amper 2 dagen na het in Hengelo aanschouwen van de snelste 10.000m race van dit jaar in de wereld, zag ik in Wageningen een bijna net zo snelle 10.000m waarin weer twee Nederlanders zich kwalificeerde voor het EK. Mijn eigen race werd die avond wederom een fiasco, maar toch vermaakte ik me al dagen kostelijk.

Hoogtepunt werd mijn rol als figurant in mijn eigen lievelingsfilm: het NK atletiek.
Achteraan het Nederlandse Lint
De eerste helft deden de hoofdrolspelers het rustig aan; zelf deed ik mijn best om vooral niet door het beeld te lopen en bleef netjes achteraan. Wel probeerde ik zo lang mogelijk zo dicht mogelijk bij de hoofdrolspelers te blijven. Uiteindelijk gaven zij gas, en kregen zij daarmee de volledige schijnwerpers. Van figurant had ik me opgewerkt naar een bescheiden bijrol: 14e op het NK Baanatletiek. Tevreden spoelde ik de film terug: zelf bijna een PR en ondertussen een vette wedstrijd van heel dichtbij gezien. Baanatletiek bloeit!

dinsdag 8 mei 2012

London Calling

Afgelopen weekend rende ik in Zweden onder een flets zonnetje langs het Olympisch Stadion van Stockholm. Alweer 100 jaar geleden vonden in dit uit rode bakstenen opgetrokken stadion de Olympische spelen plaats. Pierre de Coubertin had indertijd weliswaar wel een marathon in de programmering opgenomen, maar naslag leert dat deze ongeveer 2 kilometer korter was dan de 42,195km zoals we die nu kennen. Overigens is die exacte afstand al wel in 1908 ingesteld bij de Spelen in, jawel, Londen. Anno 2012 is London Calling, ook voor de marathonlopers.

Stockholmse Metro 100 jaar na dato
April 2012, het is voorjaar. Steevast een paar weken op zondagochtend voor de tv een voorjaarsmarthon kijken. Daarna  zelf even trainen en vervolgens vlug terug naar mijn bank voor een mooie Wielerklassieker. Voor de meeste renners ligt een ticket naar Olympische spelen klaar, ook voor de Nederlanders. Een hagelschot van een Nederlandse afvaardiging moet toch wel minimaal één top-8 plekje opleveren luidt de redenering. Een enkeling gaat voor de overwinning, maar voor de meesten is het een koers uit zo velen. Hooguit even wennen aan die nationale koerstruien.

In schril contrast met deze instelling staat het wedstrijdschema van de marathonloper. Op zijn schema  schitteren wedstrijden in afwezigheid. Het doel is een ultiem piekmoment waarin een seizoen van lang hard trainen samenkomt. Volgens de wetten van de marathon is dit Olympische moment in augustus in zijn geheel niet te combineren met een additioneel piekmoment 4 maanden eerder. Toch meende de Keniaanse Atletiekunie deze lakmoesproef op te moeten opstellen. Zowel de Wereldrecordhouder (Makau) als ’s-Werelds snelste Marathonloper (Mutai) faalden voor de twijfelachtige proef. Althans, zij besloten zichzelf niet stuk te lopen 4 maanden voor de piek van hun prestatiecurve.  Zij volgden de wetten van de marathon dus op. Deze verstandige beslissingen zijn afgestraft met het niet-selecteren voor London.

Augustus 2012
Op 12 Augustus 2012 ben ik ook niet in Londen. Nee, de Olympische marathon zal ik op de tv kijken vanuit mijn zelf belegde trainingskamp op weg naar een mooie najaarsmarathon. Ongetwijfeld ben ik dus in goed fictief gezelschap van vele marathonlopers die wèl Londen hoorde Callen, maar er nooit kwamen. De uitbetaling zal geschieden tijdens dat ene piekmoment in het najaar, wanneer Londen enkel nog een vage herinnering is. Een PR voor de Eindhovense Marathonloper en een Wereldrecord voor Makau of Mutai lijken me mooie beloningen voor het opvolgen van de wetten van de marathon.

zaterdag 24 maart 2012

Run The City ……en raak geïnspireerd

In de zomer van 2005, net gevangen door het marathonvirus, draaide ik mijn eerste rondjes in Central Park. Mijn blogje over deze studie-trip droeg toentertijd de titel “Van Tongelre naar Times Square”.  Een mooie alliteratie. Alleen is Times Square, het befaamde plein met felverlichte gevels waar de Lichtstad jaloers op mag zijn, normaliter niet te belopen. Alle hardlooproutes in de parken ken ik inmiddels wel, de bruggen heb ik ook allemaal weleens beklommen, maar hardlopen over dat verfomfaaide Times Square, dat moest toch nog ooit gedaan worden. Afgelopen zondag was het zover: Run The City.

Eindhoven incognito in The City
Na Schoorl ging het eigenlijk alleen maar slechter: de rugklachten verminderden niet en een griep-achtig-iets elimineerde de ingezette stijgende lijn. Rondjes-72 werden een uitputtingsslag en dus kon er een streep door mijn eerste grote wedstrijd van maart: de CPC. De plaatsvervangende training ging ook al niet denderend. Nee, een 1:07 of sneller zou er in New York zeker niet inzitten, en dus opteerde ik voor een vette duurloop van 21km dwars door The City.

Als je voor het eerst in New York komt (en dat kwam Janneke) en je wil alles zien, heb je zeker wel een week nodig. De Subway Map wordt jouw beste vriend, maar ook je voetzolen moeten het ontgelden door het vele wandelen. Tel daar een jetlag en voeding met standaard een dubieus hoog calorie- en vetgehalte bij op, en het laatste restje wedstrijdmodus is ook verdwenen.

Totdat we op zaterdagochtend tijdens het loslopen in Central Park stomtoevallig Hilda Kibet tegen kwamen. Uiteraard kennen wij haar beter dan zij ons kent, maar toch. Hilda vertelde dat ze met de kopgroep op 1:08 weg zou gaan, waarop ik toegaf dat dat toch te snel was voor mijn geplande trainingsloop. Voor Janneke werkte de ontmoeting dusdanig inspirerend dat het ondanks haar blessure toch al een beetje begon te kriebelen. Uiteraard werd ik meegesleurd in die modus.

Run The City: inspiratie
Vlak voor de start kon ik eenvoudig achter het wereld-top eliteveld aansluiten (schuin achter Dathan Ritzenheim, te cool). Toevalligerwijs bleek Hilda naast me te staan en dus besloot ik impulsief om maar met haar mee te lopen. Bij 5km liet ik Hilda (en ook Kara Goucher, ook cool) gaan en heb ik superrelaxed uitgelopen naar een eindtijd van 1:11. Bij de finish werd het helemaal cool toen ik Meb Keflezighi tegen kwam en even met hem gepraat heb, oa over zijn inspirerende biografie die ik vorig jaar heb gelezen. Ook Janneke haalde keurig en onverwacht snel de finish, wat de dag helemaal completeerde. --- Inspiratie genoeg dus, nu nog ouderwets hard hardlopen.

zondag 12 februari 2012

Presteren is Planbaar

Stiekem waren prestaties van PR-formaat gepland op de Halve in Egmond 5 weken geleden en op de 10km in Schoorl vandaag. Eigenlijk vond ik in Ameland half december al mijn Waterloo met een valpartij op 17km. Het direct gevolg was een uit-het-lood-staande heup, gevolgd door rugklachten gepaard gaande met een vastzittende enkel. Presteren is planbaar; Realistische bijstellen van geplande prestaties een noodzaak is me weer eens pijnlijk duidelijk geworden.

Egmond: Hoop vooraf
Na Ameland was ik op sommige trainingen niet meer voorruit te branden, alles deed pijn. Je wil keihard trainen, maar noodgedwongen moet je de training afbreken. Een paar dagen later gaat het, gedreven door de nodige rust en Hoop, weer best aardig. Dan komt Egmond en je hoopt dat het goed gaat. Fout! Als je brein zich al in het ‘Hoop-spectrum’ bevindt zal het zeker niks worden. Geen gepland PR in Egmond dus.

Toch gaven de eerste 10 Egmondse kilometers, die best aardig gingen (31:19), het nodige zelfvertrouwen. Een aardige basis om via de Nationale cross in Kerkrade, een 3000 meter Indoor in Düsseldorf en de Acht van Apeldoorn te knallen op de 10km in Schoorl. Een mooi gepland pad, als je ‘heel blijft’ tenminste. En dat gebeurde dus niet. Eerst een beetje pijn aan de scheenbeenspier, de dag erop wat meer, en toen lag ‘de atleet’ ineens kermend van de pijn over de baan te rollen tijdens een tempoblok.

Na een paar dagen strompelen bleek het niet die scheebeenspier, maar een vastzittende enkel te zijn die de boel blokkeerde. Anyway, streep door Kerkrade, streep door 3000 Indoor. Geen geplande excessieve tempoprikkels dus.  No worries, dan maar wat harder trainen op de baan. Niet dus, Koning Winter trakteert op bizar stramme spieren.

Schoorl: Een strijd tegen mezelf (Foto: Thijs Feuth)
Getooid met ijsmuts viel Apeldoorn tegen. Ik kon gewoon niet harder (wel langer). Vandaag Schoorl. Weliswaar is de planning niet gelopen zoals aanvankelijk voor ogen, maar toch zou een aardige tijd moeten kunnen. Niet dus. De eerste kilometer gaat K, de 2e ook en de rest eigenlijk ook. Ook geen geplande aardige tijd in Schoorl dus. Presteren is planbaar; Realistische bijstellen van geplande prestaties een noodzaak is me weer eens pijnlijk duidelijk geworden.